Na weken zonder wekker, zonder schema’s en zonder gehaast, klapt de agenda ineens weer vol. Niet een beetje vol, maar meteen alsof er geen zomer is geweest. Alles loopt door elkaar: school, afspraken, sporten, ouderavonden, feestjes. Vier avonden per week staan we langs de lijn, op zaterdag rennen we van wedstrijd naar verjaardag, van hot naar her. En altijd net op een andere tijd, nooit handig tegelijk.

En dan de zorgafspraken. Want die stoppen natuurlijk niet in de vakantie. De rolstoel, waarvan de hoofdsteun alweer naar beneden zakt. Het schoolmeubilair dat aangepast zou worden – maar dat nu niet kan, omdat ze ziek is. Dus bellen we opnieuw, schuiven we opnieuw, regelen we opnieuw. Want zo gaat dat, als je kind een energiebeperking heeft. De afspraken plannen zich niet uit, die stapelen zich.

En dan, de ochtenden. Ondertussen hebben wij elke dag hetzelfde broodtrommel-drama. “Mam, ik zweer het, hij ligt écht niet in mijn tas!” roepen ze met de overtuiging van een Oscarwinnende acteur. Dus begint de zoektocht: onder kussens, achter deuren, zelfs in de koelkast. En dan – tromgeroffel – ligt hij tóch gewoon in de tas. Altijd. Alsof die broodtrommel elke nacht zelf terug kruipt, gniffelend: “Verrassing, hier ben ik weer.”

Tegelijkertijd gaat de oudste op brugklaskamp, staat er een ouderavond op de planning, en volgen de gesprekken voor de middelste. Het is weer redden, vliegen, trekken en duwen om alles passend te krijgen in dagen die toch maar 24 uur hebben. En als ik denk: “Yes, alles geregeld”, komt er altijd iemand met een briefje uit de tas dat gisteren al ingeleverd had moeten zijn.

En eerlijk? Soms denk ik echt: hoe dan? Hoe dan met drie kinderen – waarvan iemand ooit beweerde dat dát het meest stressvolle aantal is? Ik geloof het direct. Er is geen seconde rust. Geen moment waarop niemand iets van je vraagt. Alles schuift over elkaar heen, alle balletjes moeten tegelijk omhoog.

Maar dan.

Aan het einde van zo’n dag ploft er ineens een klein meisje bij me op schoot. Haar armpje om mijn nek, haar vingers die gedachteloos met elkaar spelen. Haar hoofd tegen me aan. Even stil, even dicht bij mij. Geen schema, geen afspraak, geen druk. Gewoon even kroelen.

En dan weet ik weer: dit is waarom.

Tussen alle hectiek, tussen alle telefoontjes, sporten, ziekmeldingen en ouderavonden door, zijn dit de momenten die blijven hangen. Dat pure stukje nabijheid. Dat zij nog steeds bij mij komt, omdat ze voelt dat dit haar veilige plek is.

We vergeten het soms, in de chaos. Maar uiteindelijk gaat het hierom.

Dat kleine armpje om je nek.

Dat is alles.

Privacy Preference Center