Ze doet mee. In haar tenue, met haar haar in een staart en de korfbalbal in haar handen. Want sporten hoort erbij. Niet om de winst, niet om de competitie. Maar om erbij te horen. Om te voelen hoe het is om onderdeel te zijn van een team. Om het plezier, de beweging, het samenzijn. En toch…
Kijk je goed, dan zie je het. De kleine hapering. Het moment tussen bal ontvangen en bal gooien. Waar een ander kind handelt op instinct, moet zij iedere stap bewust maken. Eerst kijken, dan inschatten, dan kiezen, dan pas gooien. Elke schakel kost tijd. Energie. Focus. En het zijn er veel, meer dan je opvalt als je zelf zonder moeite beweegt.
Soms lukt het. Omdat de tegenstander ook nog jong is, omdat de snelheid meevalt. Maar als het tempo omhoog gaat, zie ik haar vertragen. Niet omdat ze niet wil. Niet omdat ze het niet durft. Maar omdat haar lijf niet zo snel schakelt als haar hoofd zou willen. En dan zie je haar stilvallen. Alsof ze bevriest. Alsof het ineens allemaal tegelijk op haar afkomt.
Ik kijk vanaf de zijkant. Tussen trots en frustratie in. Want ik wéét hoeveel moeite het kost. Hoe ze oefent, blijft proberen. Hoe graag ze wil meedoen. En hoe ingewikkeld het is als je energie een grens heeft die een ander niet ziet.
Toch ben ik trots. Niet omdat ze scoort. Maar omdat ze blijft staan. Hoe ze blijft huppelen tijdens de wedstrijd. Omdat ze het veld op blijft stappen, ook al weet ze dat het soms niet lukt. Dat is de winst waar geen scorebord tegenop kan.
Dus ja… dan maar baken van de rust. Zolang ze maar mag meespelen in haar eigen tempo.
